Samen ontdekken wat werkt

Onder de loep

Hoe krijgen we nu beter zicht op de skills van de toekomst? Dat wordt momenteel onderzocht in tien uiteenlopende pilots. Tijdens een klankbordsessie ontmoeten de verschillende onderzoekers elkaar. Ze delen voorlopige resultaten en leggen interessante verbindingen.

Eind 2024 is de pilotfase van de LLO-Katalysator gestart. Met als doel: samen ontdekken wat werkt. In deze fase draait het nog niet om het ontwerpen van kant-en-klare oplossingen met en voor arbeidsmarktinformatie, maar om het verkennen van deelvragen. Wat zet mensen echt aan tot leren en ontwikkelen? Wat is er nodig in de regio? En hoe zorgen we voor een systeem dat duurzaam werkt? De pilots onderzoeken elk een deelvraag. Daarmee bouwen ze samen aan een stevig fundament voor de volgende fase: het ontwerpen en toetsen van oplossingen. Een uitkomst daarvan zou bijvoorbeeld een LLO-radar kunnen zijn. “Maar dat ligt nog helemaal niet vast, we kunnen nog alle kanten op”, benadrukt Annemarie Knottnerus van de LLO-Katalysator.

De klankbordsessie van vandaag is bedoeld om inzichten te delen en verbindingen te leggen. Wat volgt is een reeks korte presentaties waarin onderzoekers voorlopige inzichten delen, uitdagingen blootleggen en voorzichtig vooruitblikken.

Een bus als werkcentrum

De eerste pilot gaat over het toepassen van arbeidsmarktinformatie en is al uitgevoerd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Tijdens de sessie vertelt Rosan van Niekerk over de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur waar SZW aan werkt. Onderdeel daarvan zijn de 35 arbeidsmarktregio’s en de werkcentra die er in gemeentes en wijken moeten komen. “Er worden al steeds meer werkcentra geopend”, vertelt Van Niekerk. “In Amersfoort rijdt er bijvoorbeeld al een bus door de wijken die als werkcentrum dienst doet.” Naar verwachting publiceert het ministerie in juni de eerste landelijke meerjarenagenda die de regio’s richting moet geven en moet inspireren en faciliteren.

Uit de pilot over wet- en regelgeving blijkt dat nog niet echt duidelijk is wie verantwoordelijk is voor het vertalen van arbeidsmarktdata naar beleid. En bij de uitleg over de pilot die het kleine mkb onderzoekt, wordt duidelijk dat kleine werkgevers in een heel andere taal spreken over LLO dan de aanwezigen hier vandaag. “Termen als LLO en duurzame inzetbaarheid spreken hen helemaal niet zo aan. Als we hen willen bereiken moeten we dus op zoek naar een andere taal.”

Nationale LLO-Conferentie 2025

Niet one-size-fits-all

Uit de uiteenlopende casussen blijkt de breedte en diepgang van het onderzoek. Zo wordt er in een pilot een ‘ideeënkaart’ ontwikkeld op basis van gesprekken met deelnemers aan LLO-projecten. Die kaart bundelt wensen rondom inzicht, ontmoeting en hulpmiddelen. En weer een andere pilot onderzoekt buitenlandse voorbeelden: van het toegankelijke Canadese model tot het hypergedetailleerde, maar lastig uitlegbare Duitse systeem. En dan zijn er nog de cijfers. Het marktaandeel formeel LLO-aanbod groeit, maar het aandeel deelnemers daalt juist, stelt een van de onderzoekers vast. “Het aanbod volgt vooral de huidige vraag – niet wat we straks nodig hebben.”

Het is niet one size fits all

Veel deelnemers herkennen elkaars knelpunten. De samenwerking tussen onderwijs en werkgevers komt in bijna elke presentatie terug. En ook het ontbreken van een gedeelde ‘skills-taal’ wordt meer dan eens genoemd. “Het is niet one size fits all,” klinkt het in het afsluitende rondje. Wat voor de een een ontwerpvraag is, is voor de ander al een beleidsstuk in wording. Die variëteit maakt het niet eenvoudiger – maar wel interessanter.

De sessie laat zien dat er in elk geval voldoende onderzoeksmateriaal is om de toekomst van LLO verder vorm te geven. En dat het niet erg is dat nog niet vaststaat wat deze pilotfase precies oplevert. Als alle resultaten in juni bekend zijn worden ze door de LLO-Katalysator en aanvullende onderzoeksexpertise geanalyseerd. Zo komen we tot het -evidence-based- bepalen van de vervolgstappen. “We hebben nog wel een aardige puzzel te leggen”, zo luidt de analyse bij de rondvraag aan het einde van de sessie. “Maar dat is ook gezond. Dat hoort bij lerend onderzoeken.”

Op deze pagina vind je een volledig overzicht van alle pilots.