Van transitiedenken naar transitiedoen in het Beslislab
In zaal 5 staan vier tafels klaar, met bij elke tafel flip-overs, hand-outs en grote vellen papier. Terwijl deelnemers binnenlopen, klinkt uit de speakers A little less conversation, a little more action. Toepasselijk, want in het Beslislab gaat het erom dat we wat minder praten over verandering, en wat meer oefenen met wat die verandering concreet betekent.
“Het belooft een actief uurtje te worden,” zegt Karolien Niederer van LLO-Katalysator bij de aftrap. “Ik weet niet of jullie de beschrijving hebben gelezen, maar jullie moeten echt aan de bak.” Gelach in de zaal. Daarna draagt ze het woord over aan futurist Tessa Cramer, die de deelnemers eerst meeneemt in de gedachte achter de sessie. “Mijn vakgebied gaat over onzekerheid en verwondering,” zegt Cramer. “Over het oprekken van wat je al kent.” Volgens haar gaat toekomstdenken vaak mis doordat mensen ongemerkt hun eigen aannames meenemen. “We zijn gewend om terug te kijken, maar vooruitkijken vinden we ingewikkeld omdat we steeds denken: het moet wel wáár zijn. Terwijl je bij het denken in toekomstscenario's simpelweg nooit kúnt weten.”
De Gouden Eeuw
Ze trekt daarbij een vergelijking met het vak geschiedenis op de middelbare school: “Vroeger leerde ik over de Gouden Eeuw alsof dat voor iedereen een gouden tijd was. Later ontdek je dat dat maar voor een kleine groep gold, en dat er dingen zijn opgepoetst. Bij toekomstscenario’s gebeurt vaak hetzelfde, maar dan omgekeerd.” Vooral doemscenario’s domineren volgens haar vaak het gesprek: “En daar verzet ik me actief tegen.” Volgens Cramer begint toekomstdenken bij bewustwording van je eigen blik op de wereld. “Mijn eigen valkuil is bijvoorbeeld dat ik denk dat iedereen wil veranderen, maar dat is helemaal niet zo.” Juist om die reden vindt ze het belangrijk dat deelnemers leren benoemen vanuit welk wereldbeeld ze redeneren. “Anders weet de ander nooit vanuit welke aannames jij werkt.”
Vier werelden
Karolien Niederer neemt het woord weer over. Voor deze sessie ontwikkelde ze vier toekomstscenario’s rondom Leven Lang Ontwikkelen. Daarvoor combineerde ze bestaande LLO-trends met externe onzekerheden en verschillende manieren waarop mensen en instituties zich kunnen organiseren. “Je krijgt dan eigenlijk vier werelden,” legt ze uit. “Een gematigde wereld gericht op individuen, een gematigde wereld gericht op instituties, een grillige individuele wereld en een grillige institutionele wereld.”
Bij elk scenario noemt ze een voorbeeldstad, streek of land. Zo hoort bij de “lokale levensgenieter” een stad als Bristol, terwijl de “globale ritselaar” meer doet denken aan Silicon Valley. Bij de “gildegezinden” verwijst ze naar Duitsland en Stuttgart, en bij de “nationale omscholingsmachine” naar Singapore.
Dan wijst ze naar de vloer van de zaal. “Kijk even om je heen. We zitten al in die vier werelden.” De ruimte blijkt letterlijk met tape op de vloer in vier delen te zijn opgesplitst. Elke tafel vertegenwoordigt één scenario. Op tafel liggen grote werkvellen met vragen als: Wat is er veranderd? Welke stakeholders ontbreken nog? En waar zoek je voorbeelden?
‘A little less conversation, a little more action’
Aan de slag
Deelnemers schuiven aan bij hun toekomstwereld en krijgen hand-outs met beschrijvingen van hun scenario, inclusief voorbeelden van de voorgenoemde plekken waar zulke ontwikkelingen nu al zichtbaar zijn. Terwijl de groepen aan het werk gaan, verschuift de sfeer in de zaal van luisteren naar discussiëren. Aan de vier tafels ontstaan totaal andere toekomstbeelden, maar overal draait het gesprek uiteindelijk om dezelfde vraag: hoe houd je leren en ontwikkelen menselijk in een wereld die misschien anders is dan je eigen wereld?
Bij de tafel van de ‘lokale levensgenieter’, geïnspireerd op een stad als Bristol, draait het gesprek om vrijheid, zingeving en flexibiliteit. “De kreet ‘doen wat je leuk vindt’ kwam meteen voorbij,” vertelt de groepsleider. “Maar dan krijg je ook de vraag: wat zijn skills en certificaten straks nog waard?” De groep ziet in deze wereld kansen in generaties die meer van elkaar leren en in het doorgeven van ervaring via een soort meester-gezelconstructie. Tegelijkertijd ontstaat twijfel. “Wie gaat straks nog de banen doen die niemand wil doen?” Ook de rol van de overheid blijft onderwerp van discussie. “Gaan we werken met impactpunten? En werkt dat dan ook voor iedereen?”
Bij de ‘Gildegezinden’, lees: een wereld die lijkt op Duitsland, gaat het gesprek vooral over structuren en oude systemen. “Deze tafel zat best dichtbij de wereld die we nu al kennen,” zegt Karolien Niederer. “Belangrijk is dan juist om te identificeren wie de provocateurs zijn. En: hoe zoek je de provocateur in jezelf op?” Ook praktische frustraties komen langs. Stoppen met eindeloos vergaderen, slimmer omgaan met AI en beter gebruikmaken van bestaande kennis.
De tafel van de ‘Globale Ritselaar’ lijkt op Silicon Valley, en kijkt juist naar een wereld waarin individuen steeds zelfstandiger opereren. “Survival of the smartest?” staat groot op de flip-over geschreven. Waar het scenario eerst als een nachtmerrie voelt, ontstaat later ook enthousiasme. Minder traditioneel onderwijs, meer deeltijd, meer skillgericht leren en sterkere communities.
Onderwijl in Singapore, ofwel ‘De Omscholingsmachine’, overheerst een ander beeld: een samenleving waarin de overheid veel sterker bepaalt welke opleidingen nodig zijn. “In eerste instantie was iedereen best positief,” vertelt de groepsleider van dienst. “Zelfs negatieve veranderingen probeerden we positief te draaien.” Iedereen hetzelfde salaris, duidelijkheid en omscholing waar nodig. “Het leek soms bijna op het leger,” zegt ze lachend. “Daar konden we nog inspiratie uit halen ook.”
De waarde van toekomstdenken
Aan het einde van de sessie brengt Niederer de gesprekken weer samen. “De interessante vraag is uiteindelijk: welke spelers overleven in welk scenario?” zegt ze. Volgens haar zit daar precies de waarde van toekomstdenken. Het zichtbaar maken waar systemen kwetsbaar zijn en welke keuzes je nu al moet maken om wendbaar te blijven. Tessa Cramer sluit de workshop af: “Het wordt pas interessant als je iets ontdekt dat je morgen al anders kunt doen in je eigen praktijk.”