Het spel gaat van start
Op de tafels liggen stapels kaartjes klaar. De deelnemers krijgen verschillende rollen toegewezen: interviewer, respondenten, rapporteur en observant. Aan de hand van kaartjes bespreken ze een persoon uit hun eigen praktijk en onderzoeken ze welke factoren leren en ontwikkelen stimuleren of juist belemmeren. Het idee is nadrukkelijk niet om elkaar persoonlijk te interviewen, legt Buiskool uit. “Neem iemand uit je omgeving in gedachten.”
Eigen regie
Na het spel haalt Bert-Jan Buiskool de eerste reflecties op uit de zaal. “Wat heeft jullie getriggerd?” vraagt hij. Meteen gaan er handen omhoog. Een deelnemer vertelt dat het gesprek aan tafel eigenlijk nog veel langer had mogen duren. “Ik kan hier nog een uur over doorpraten.” Aan hun tafel werkten ze met twee heel verschillende persona’s: een zelfstandige ondernemer die veel eigen regie ervaart, en iemand met afstand tot de arbeidsmarkt. “Bij die zzp’er kwamen vooral kaartjes uit het groene spectrum naar voren,” vertelt ze, verwijzend naar factoren die leren stimuleren. “Maar zodra je kijkt naar iemand met minder regie, dan komen er veel meer persoonlijke factoren en onzekerheden naar boven.”
Vastlopen op toelatingseisen en regels
Aan een andere tafel draait het gesprek juist om systemen die ontwikkeling tegenwerken. “We hadden twee voorbeelden van mensen die zich heel graag verder wilden ontwikkelen,” vertelt een deelnemer. “Maar het systeem werkte gewoon niet mee.” Ze noemt iemand die klaarstaat om aan een opleiding te beginnen, maar vastloopt op toelatingseisen en regels vanuit het onderwijs. Een ander voorbeeld gaat over iemand die leren en werken wil combineren, maar nergens een kans krijgt. “Dan zie je hoe bepalend het systeem eigenlijk is.”
Meer diepgang
Een derde tafel merkt vooral op hoe het spel het gesprek verdiept. “Eigenlijk voer je twee gesprekken,” zegt iemand. “Eerst heb je het gewone gesprek. Daarna leg je de kaartjes in het kwadrant, en vervolgens ontstaat er nóg een gesprek.” Juist dat tweede gesprek blijkt volgens de deelnemers waardevol. “Het versterkt elkaar en verdiept echt.”
“Een rijke opbrengst,” concludeert Buiskool terwijl hij de verschillende inzichten uit de zaal samenbrengt. De workshop laat goed zien hoeveel factoren tegelijk meespelen bij leren en ontwikkelen. Vaardigheden en motivatie zijn belangrijk, maar daarmee ben je er nog niet. Ook zelfvertrouwen, timing, regels vanuit onderwijs of werkgevers en iemands persoonlijke situatie bepalen of iemand daadwerkelijk in beweging komt. Juist door het gesprek aan te gaan met de kaartjes op tafel, worden die onderliggende lagen zichtbaar. Een gewoon gesprek over scholing, gaat op deze manier ineens over onzekerheid, kansen krijgen, ruimte voelen en de vraag of iemand überhaupt de mogelijkheid ervaart om zich verder te ontwikkelen.