“Laten we iets gaan doen,” begint Lex Hagens. “Tijdens al die conferenties als deze, hebben we altijd over hoe iets beter kan. Hoe verbeteren we de leercultuur? Maar als we daar eenmaal een antwoord op formuleren: wat dan?” Vaak zijn die opvolgende handelingen overgeleverd aan de groeven van gewoontes, op persoonlijk- en beleidsniveau. Hagens geeft een voorbeeld. In een onderwijsinstelling moet het onderwijs beter aan gaan sluiten op arbeidsmarkt. “Wat gaan we doen? Curricula aanpassen, lessen maken, plek van opleiding veranderen? Maar nooit vragen we ons af: waarom hebben we eigenlijk les? Waarom willen we leren?”
De automatische piloot
De workshop gaat van start met een korte opdracht waarin iedereen de eigen ochtendroutine opschrijft en hierin probeert gewoontes te herkennen. Voor sommigen zijn die klein, bijvoorbeeld de gewoonte om altijd de auto te pakken, terwijl iemand eigenlijk met het openbaar vervoer naar werk zou willen reizen. Het gaat ook dieper: “Ik sta altijd aan voor collega’s. Als iemand me iets vraagt zegt ik altijd: ja.” Of: “Ik zit altijd op mijn telefoon. Elke tien minuten pak ik mijn telefoon vast, zonder echt te weten waarom.”
“Als ik in de trein zit,” zegt een deelnemer, “pak ik direct mijn laptop en ga ik aan het werk. Dat doe ik heel efficiënt. Maar dat uur neem ik geen tijd om te dagdromen, flierefluiten, een boek te lezen. Geen tijd om me ergens op te bezinnen. Maar goed, als ik het niet nu… Wanneer doe ik het dan wel?”
Een ander, een ambtenaar die twee keer in de week in de Hoftoren werkt, vertelt dat hij in de trein vanuit Arnhem steeds een dagplanning maakt, maar dat eenmaal op kantoor daar nooit iets van terechtkomt. Daar is hij door iedere vraag en ieder verhaal af te leiden, en komt hij nooit aan alles toe dat hij zich voorneemt te doen. “Ik kom echt moe thuis.” Een derde probeert af te leren een app-watch te dragen. Het leidt haar af en maakt haar onrustig. “Maar wat brengt het je?” vraagt Hagens. “Het gevoel bereikbaar te zijn,” zegt de deelnemer.
Hagens benadrukt dat deze gewoontes bestaan uit concrete acties: “Het zeggen van ‘ja’, het pakken van je telefoon. Welk specifiek moment zou ik willen aanpakken?” De deelnemers bespreken wat wel en niet werkt aan hun gewoontes. Himmelreich stuurt weg van oordeel: een gewoonte is natuurlijk niet per definitie slecht. Belangrijker is wat er wel en niet aan werkt. Daarom stelt ze de deelnemers de vraag: wat levert de automatische piloot je op? En wat is de prijs die je ervoor betaalt?