Onderwijs ís transitie – maar dan moet er nog wel wat gebeuren

De toekomst

Als we Leven Lang Ontwikkelen serieus nemen, moeten we erkennen dat ook het onderwijs zelf in transitie moet. Dat betoogt Derk Loorbach in zijn interactieve masterclass. Loorbach is directeur van DRIFT en hoogleraar aan de Erasmus Universiteit en laat zien wat transitiedenken is en hoe het ook relevant kan zijn voor LLO.

Ons huidige onderwijs is een regime. Dat is een term uit het denken over transities die zegt dat we er in het onderwijs aan gewend zijn geraakt om dingen op een bepaalde manier te doen. Neem de accreditaties, financieringsstromen, de manier waarop we dingen organiseren en de talloze gewoontes en overtuigingen die daaraan ten grondslag liggen. “Een regime is best comfortabel, totdat de wereld verandert. Het is dan moeilijk om eraan te ontsnappen”, zegt Loorbach. “Want, zo zeggen veel mensen dan, we doen dingen nu eenmaal zo.”

Een samenleving in transitie beweegt van het bekende naar het onbekende. Oude structuren en systemen raken uit evenwicht, zonder dat de nieuwe al zijn uitgekristalliseerd. “We houden vast aan iets waarvan we steeds beter weten dat het niet voor de eeuwigheid is,” zegt Loorbach. En dat geldt misschien nog wel het meest voor ons onderwijs. “Het huidige onderwijssysteem is niet houdbaar,” stelt hij scherp. “Het is groot, log, en onvoldoende in staat zich aan te passen.”

Pilots en losse initiatieven

Wat dat betekent voor LLO? “Op dit moment zien we vooral mooie pilots en losse initiatieven. Maar dat is nog geen transitie,” zegt Loorbach. “Een echte transitie begint bij een kritische analyse van het bestaande systeem én een helder idee van de richting waarin we willen bewegen.” Tijdens de sessie toont hij een met AI gegenereerde afbeelding die dat verbeeldt: diepe wortels doorbreken een uitgeharde kleilaag en zorgen voor groei en bloei boven de grond.

Zonder richting ben je niet in transitie, dan ben je aan het verdwalen

Stelling: transitie zonder richting?

Op het scherm verschijnt een stelling: Het onderwijs is in transitie, maar heeft geen richting. Er ontstaan tussen de aanwezigen meteen geanimeerde gesprekken. Over of je het eigenlijk wel kunt weten als je een transitie doormaakt. Of kun je daar pas over 20 jaar iets zinnigs over zeggen? Mensen herkennen het gevoel dat door de stelling heen sijpelt: “We zijn wel met dingen bezig, maar we hebben eigenlijk niet precies op scherp met wat”, klinkt het. “Zonder richting ben je niet in transitie, dan ben je aan het verdwalen,” merkt iemand op. Vanuit de wetenschap denken ze daar toch iets anders over, reageert Loorbach. “Een transitie is vooral een proces dat ergens vandaan komt en gaat over een systeem dat uit evenwicht raakt. En dan is er een bepaald punt van onomkeerbaarheid. Maar de richting hoeft niet per se duidelijk te zijn.”

Derk Loorbach @ LLO 2025

Slim gezien

Kun je het woordje ‘in’ uit de stelling niet weglaten, vraagt iemand. Onderwijs ís transitie. “Dat is slim gezien. Dat zou het zeker moeten zijn. Maar onderwijs is er nu vaak nog op gericht om bestaande manieren van denken in overheid en bedrijfsleven te reproduceren.” Bij de Transitieacademie van DRIFT proberen ze dat anders te doen, zo vertelt Loorbach. “Wij willen mensen met die opleidingen in staat stellen om in hun eigen omgeving de transitie de juiste kant op te helpen. Maar wij leren ook van de organisaties waar deze mensen werken.”

Zijn collega Tineke den Dekker, opleidingsmanager bij DRIFT, vertelt hoe dat er precies uitziet. Zij benadrukt het belang van transformatief leren: leren dat begint bij het kritisch bevragen van je eigen aannames en gewoontes. Daarnaast speelt transitie leren een rol. Daarmee leer je meer systemisch en kritisch denken.

In de dip

Beide vormen de basis van de master Societal Transitions. Dekker schetst de transformatie die mensen daarbij zelf doorlopen. Studenten beginnen vol enthousiasme en nieuwsgierigheid, maar komen al snel terecht in een fase van complexiteit, twijfel en realisme. In de dip – het moment van verwarring en onbalans – worden bestaande aannames zichtbaar en bevraagbaar. Pas daarna ontstaat richting: deelnemers ontdekken hun purpose, ontwikkelen ideeën en zetten concrete stappen. De opleiding eindigt met een interventie in de eigen praktijk. Want leren over transitie betekent vooral: doen, proberen, en daarvan leren.

Doe het samen

Dat vraagt om specifieke competenties: begrijpen, verbinden, doen en reflecteren. Vooral dat laatste is cruciaal. Reflexiviteit betekent dat je niet alleen het systeem waarin je werkt onderzoekt, maar ook je eigen aannames en overtuigingen durft te bevragen. Transities zijn nooit een solistische onderneming. Richting geven, bijsturen en beweging veroorzaken lukt alleen samen – door te experimenteren, te leren, en grenzen op te zoeken. Precies dát is wat deze manier van leren zo waardevol maakt voor een samenleving in verandering.

De sessie nadert zijn einde. Voor een gesprek over de laatste stelling ‘Transitie leren vraagt om systeemverandering’, is dan ook geen tijd meer. “Maar,” lacht Loorbach. “Ik ga ervan uit dat iedereen het hier na mijn verhaal wel mee eens is.”

Derk Loorbach @ LLO 2025