Dromen over Leven Lang Ontwikkelen: hoe werken we in 2040?

De toekomst

Voor één van de workshops tijdens de tweede middagsessie wordt de achterste zaal van het NBC leeggeruimd. Op de vloer komt een zwarte lijn te liggen, waarachter de wat verdwaasde deelnemers staan. Op het scherm verschijnen stellingen; eens stapt over de streep, oneens blijft achter de streep staan. Hoe ziet LLO eruit in 2040?

Eerste stelling: de werkgever anno 2040 is verantwoordelijk voor het leerproces van de werknemer. De meeste zijn het ermee eens. Eén deelnemer blijft achter, en deelt met de groep dat hij liever zelf de verantwoordelijkheid zou hebben over zijn leerprocessen. “Mijn werkgever vraagt me telkens mijn taken te verantwoorden. Dat voelt als wantrouwen.”

Tijdens de tweede stelling wordt er bespiegeld op de toekomstige schoolsystemen. Een van de deelnemers vraagt zich af of we in de toekomst nog wel van aparte scholen kunnen spreken. “Ik denk dat bedrijven en branches veel meer zelf gaan opleiden, wat ze nu eigenlijk al doen.” Dat klinkt ook voor anderen logisch. “Je gaat meerdere loopbanen aan, dus je moet flexibel zijn.”

Branche-hoppen

Bij het bespreken van de derde stelling, ‘in 2040 is LLO geen idealistisch streven, maar de norm’, vragen de moderatoren wie nog werkt in de branche waarin ze hun initiële diploma hebben behaald. Eén iemand steekt zijn hand op. Anderen, vooral mensen die in het onderwijs werken, hebben soms wel vier overstappen gemaakt. “Maar als je vanuit skills denkt,” zegt een man in een grijs pak als reactie op de vrouw die eerst kapper, toen verpleger en toen onderwijzer werd, “zijn dat helemaal niet zulke grote stappen.”

In veel sectoren is geen leercultuur, en mensen zijn niet gewend te leren

Op weg naar een leercultuur

De groep wordt opgedeeld in kleine groepjes van vijf, om nog eens de stellingen te bespreken. In één van de groepjes wordt wat dieper nagedacht over de verantwoordelijkheid van de werkgever. “In veel sectoren is geen leercultuur, en mensen zijn niet gewend te leren,” zegt één deelnemer. “Ze hebben negatieve ervaringen met bijscholing en moeten eerst in staat worden gesteld om te leren door een werkgever. Maar op een bepaald moment moet de werkgever hen dan ook vrijlaten om zelf verantwoordelijkheid over hun carrière te nemen.” Ze beveelt werkgevers dan ook aan klein te beginnen en hun werknemers niet te uitgebreide bijscholing voor te leggen.

Anderen beamen dat ze ruimte nodig hebben van hun werkgever. “Ik zou willen dat mijn werkgever me vraagt wat ik nodig heb om mijn werk goed te kunnen doen. Soms is dat op tijd thuis zijn voor mijn kinderen. Dan kan ik goed zijn in mijn werk.”

Droom of toekomst?

Op de vraag welke leer- en ontwikkelinitiatieven zullen worden gebruikt in 2040, noemen de deelnemers middelen die eigenlijk al hedendaags zijn, stelt de moderator vast. Chatbots, VR-brillen, het uitwisselen van kennis en kennishubs waarin scholieren, studenten en werknemers ruimtes delen. Sommige mensen stellen zich voor dat bedrijven veel gemakkelijker werknemers uitwisselen, omdat mensen flexibeler zijn en gewend zijn in meerdere branches te werken.

Is LLO als norm een droom of een realistisch uitzicht? De zaal is eensgezind: er is nu al een generatie die niet anders gewend is dan flexibel te zijn, van branche naar branche te springen. De consensus lijkt te zijn dat bestuurders hun nek uit moeten steken. “Laten we vooral gaan doen.”

LLO Conferentie 2025