Voorbij het jargon: de verandertheorie in de praktijk
Wat denk jij als je het woord verandertheorie ziet, of als het gaat over de Theory of Change? “Help, jargon”, snap je het, maar gebruik je het nog te weinig of pas je de methode al actief toe? Bij de masterclass “Van abstract naar actie > Theory of change” geldt voor slechts één iemand dat laatste. De rest van de groep is verdeeld over die eerste twee antwoorden. Maar vandaag komt daar verandering in. Met hulp van Anna Menenti en Thirza Schilder van de LLO-Katalysator gaan zij aan de slag met hun eigen verandertheorie.
Verandertheorieën zijn er in alle soorten en maten. Menenti laat een paar mooie voorbeelden zien. Bijvoorbeeld die van het World Food Programma voor de Ignite Innovation Hub.
En een veel simpelere van het Health Commons Solutions Lab.
Ze laten goed zien dat elke verandertheorie anders is, zegt Menenti. Maar de gemene deler is steeds dezelfde: een helder schema dat de route beschrijft van investering tot maatschappelijke impact. Zo beschrijft de verandertheorie van de LLO-Katalysator stap voor stap hoe een investering in leren, op welke manier dan ook, kan uitgroeien tot maatschappelijke impact. De theorie laat zien hoe verschillende doelgroepen investeren (inputs) in bepaalde activiteiten en wat de korte-, middellange- en langetermijngevolgen (outputs, intermediate outcomes en outcomes) van die activiteiten zijn. Samen leiden die tot de impact die binnen het Nationaal Groeifonds centraal staat: zorgen voor het duurzame verdienvermogen van Nederland.
Houvast
Dat lijkt misschien een heel theoretisch verhaal, maar Anna Menenti vertelt aan het begin van de masterclass hoe de verandertheorie van de LLO-Katalysator zelf, hen helpt. “Je begint aan een programma of project met een bepaald beeld, met bepaalde aannames. Die zet je op papier. En vervolgens stel je bij op basis van nieuwe inzichten, op basis van bij-effecten die je misschien niet had voorzien en op basis van resultaten. Dat geeft ons houvast.”
En dat houvast willen Menenti en haar collega Schilder vandaag ook aan de aanwezige projectleiders, beleidsmakers, onderwijsontwikkelaars en werkgeververtegenwoordigers meegeven. Daarom gaan ze na de korte theoretische introductie met hun eigen verandertheorie aan de slag. Dat begint met nadenken over de activiteiten: wat zijn die, wat leveren ze naar verwachting op en welke aannames liggen daaronder? Met andere woorden: als we X doen, verwachten we Y, omdat Z.
Anna Menenti
De aanwezigen krijgen een werkblad waarop ze de eerste stappen naar hun verandertheorie zetten. Aan de gebogen ruggen te zien wordt er meteen al ijverig geschreven. Een presentatie aan de directie is een activiteit. Een conferentie organiseren. Onderzoek doen om het probleem in kaart te brengen. En zo worden er in de ruimte tientallen vakjes gevuld. Het blijkt een interessante gedachteoefening, zo luidt de analyse achteraf. “Ik heb alvast een leeg werkblad in m’n tas gestopt, zodat ik dit met ons consortium kan gaan invullen. Wij hebben dit nooit zo concreet met elkaar ingevuld, terwijl we het wel vaak hebben over de impact ook”, zegt iemand. Een ander: “Dit expliciet maken helpt ook om na te gaan of je wel de juiste activiteiten aan het doen bent.” En een derde: “Heel goed om dit zo te ontleden. Ik was in mijn project heel erg gefocust op hier wil ik heen. Maar welke stappen ik daarvoor moest zetten en wat die opleveren had ik nog niet eerder zo in kaart gebracht.”
Het is tijd voor ronde 2: structuur. De deelnemers aan de masterclass mogen hun activiteiten gaan groeperen. Staan ze los van elkaar of zijn er ook onderlinge afhankelijkheden? En hoe kun je ze dan ordenen? Weer gaan ze ijverig aan de slag en in gesprek. Er wordt op de werkbladen gecirkeld en gestreept om samenhang te creëren.
Focus
Hoe vonden de deelnemers het om zo met hun verandertheorie aan de slag te gaan? “Wij kwamen erachter dat we eigenlijk al best veel dingen doen, zonder dat we het een verandertheorie noemen. We maken onze doelstellingen concreet en kijken steeds waar we moeten bijschakelen en aanpassen. We zijn dus al best goed bezig”, zegt een van de deelnemers. Een ander vond het fijn om even over de Z na te denken, over waarom ze iets doen. “We organiseren binnenkort een sessie met werkgevers, maar we hebben eigenlijk helemaal niet met elkaar uitgewisseld wat we precies verwachten en hoe we de sessie dan gaan insteken. Dus dat moeten we eerst maar eens concreet gaan maken.”
Iemand vraagt hoe je er nou voor kunt zorgen dat je de verandertheorie ook na de subsidieaanvraag blijft gebruiken. Want nu verdwijnt ‘ie vaak in de la. Menenti legt uit dat je de theorie daarna bijvoorbeeld kunt gebruiken om je aannames te toetsen. “Wat heb je nou echt bereikt met bepaalde activiteiten? En moet je je verandertheorie dus misschien bijstellen?” Een van de aanwezigen hoopt dat zo’n verandertheorie focus oplevert. “Projecten hebben soms de neiging om uit te waaieren, dat er dan van alles bij wordt gehaald. Met die theorie kun je goed toetsen of een activiteit wel past.” Een ander verwacht dat het met de theorie in handen makkelijker is om draagvlak te creëren voor een bepaald project. En het helpt ook om mensen die later aanhaken te laten zien waar een programma om draait.
Reden genoeg dus om ook voor jouw project een verandertheorie uit te werken. Heb je daar vragen over of kun je daar wel wat ondersteuning bij gebruiken? Anna Menenti en Thirza Schilder organiseren binnenkort een tweede masterclass. Hier kun je je aanmelden.