De LLO gaat bovenal over mensen helpen
Na de openingstoespraak van SER-voorzitter Kim Putters geeft de dagvoorzitter het woord aan twee sleutelspelers van de LLO-Katalysator: directeur Roos Vermeij en Judith Duveen, RvB-lid van het UVW, beklimmen het podium in de plenaire zaal van de Fokker Terminal. Zij bespreken de voortgang van de LLO-Katalysator.
“Het is geen geheim,” vangt Judith Duveen aan, “dat er een ontzettende krapte op de arbeidsmarkt is. Tegelijkertijd stijgt de instroom van de WW en vallen veel meer jongeren tijdelijk uit.” Hoe dat kan? “Kortdurende contracten van ondersteundende medewerkers, bijvoorbeeld receptiemedewerkers, worden vervangen door AI of andere technieken. We zien dat de stap van werk naar werk moeilijker wordt.”
Het doel van de LLO-Katalysator is om de transitie tussen werk en werk, of geen werk en werk, gemakkelijk te maken. En daar zijn ze al goed mee op stoom. Zes maanden geleden werd het rapport Landelijke Meerjarenagenda voor de Arbeidsmarktinfrastructuur gepresenteerd, dat als doel heeft om de samenwerking tussen publieke en private partijen te versterken. Daardoor kunnen werkzoekenden, werkenden en werkgevers beter worden ondersteund bij het vinden, behouden en ontwikkelen van werk.
Judith Duveen
‘Hoe gaat het met u? Vertel ons uw verhaal’
“Dat zijn we nu al aan het doen,” zegt Duveen. Concreet betekent dit, dat er nu al 35 werkcentra door het land heen zijn geopend, waar iedereen met een vraag over werk en ontwikkeling gewoon naar binnen kan lopen. Daar loop je niet tegen een bureaucratische muur, zoals bij andere ambtelijke instanties misschien wel het geval is. Duveen: “Eerst is het: wat fijn dat je er bent, hoe gaat het met u, vertel ons uw verhaal.”
Op basis van dat individuele verhaal kan het werkcentrum (bestaande experts uit allerlei vakgebieden zoals het onderwijs, beleidsvorming en vakbonden) diegene verbinden met de juiste instantie. Soms betekent dat nieuwe omscholingstrajecten bij de huidige werkgever ontdekken, soms betekent dat de juiste plek voor een nieuwe opleiding vinden.
“Daarvoor moet ook de publieke sector meebewegen,” vult Vermeij aan. “We merken dat steeds meer hogescholen en universiteiten interesse krijgen in aanbod creëren voor werkenden.” Voor het LLO-K betekent dat de concrete taak om adviseurs en kennisdelers in alle relevante sectoren juist te informeren, zodat het netwerk hechter wordt. Vermeij echoot wat één van de bezoekers van de LLO-conferentie in het vragenrondje aan het begin al opperde: de publieke sector moet weer gaan opereren aan de hand van een publieke opdracht.
Roos Vermeij
Het gaat over mensen
“We zeggen het zo vaak: “LLO”,” zegt Duveen, “maar het is belangrijk dat we niet vergeten wat we daarmee bedoelen.” Duveen vertelt over Karin, één van vele de succesverhalen van LLO-K. Karin was het zat steeds van contract naar flexibel contract te springen, en werkte al jaren op veel verschillende plekken als ondersteunende kracht. Nooit had ze verwacht weer opnieuw naar school te gaan, maar nu heeft ze zich omgeschoold tot medewerker in de zorg. “We vergeten soms wat we aan het doen zijn. Het gaat over mensen,” zegt Duveen, “die het spannend vinden om opnieuw te gaan studeren, veel vragen hebben en het moeilijk vinden om weer in de schoolbanken te zitten. Juist hen moeten we ondersteunen.”
Waar de LLO-K naartoe werkt, is helder: dat het over tien jaar überhaupt niet meer nodig is om, al is het maar kort, zonder werk te zitten. Dat iedereen vrij en constant toegang heeft tot omscholing en ontwikkeling.
“De LLO-K raakt nu echt op stoom,” zegt Vermeij. Er zijn al veel resultaten om trots op te zijn, “en dat is dankzij iedereen.” Vermeij gebaart naar het publiek en wijst een aantal sleutelspelers aan, zoals de verbinder Katapult, die een brug slaat tussen de publieke en private sector. “Het is zo bijzonder, vooral in dit tijdsgewricht, dat we zo hecht en effectief samenwerken.”