‘LLO is niet nice-to-have, het is een must-have’
SER-voorzitter Kim Putters opent het LLO-congres met een persoonlijk verhaal en een heldere boodschap: Leven Lang Ontwikkelen verdient structurele verankering in onze maatschappij. En dus doet hij een dringend beroep op Den Haag: “Er is een groot publiek belang mee gemoeid, daarom moet Leven Lang Ontwikkelen chefsache zijn.”
Kim Putters zit in de laatste klas van de lagere school als hij met zijn leerkracht en ouders een gesprek heeft over het vervolgonderwijs. In zijn schippersfamilie gaat iedereen naar de LTS, maar Putters wil iets anders. Hij mag naar de mavo, maar “meer zal het niet worden”, zegt zijn leerkracht. Op de mavo ontwikkelt hij een passie voor maatschappijleer en taal. Via de havo en het vwo gaat hij uiteindelijk naar de universiteit. “Maar dat lukte alleen omdat het systeem mij die kansen bood”, zegt Putters. “En ik zou graag zien dat we de systemen zo organiseren dat iedereen die kansen krijgt. Niet alleen tijdens onze schooltijd, maar ook in ons werkende leven.”
Van vastigheid naar wendbaarheid
Als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, het belangrijkste adviesorgaan van de overheid, ziet Putters dagelijks hoe groot de opgave is. De SER adviseert het kabinet op terreinen als arbeidsmarkt, armoede en investeringsbeleid, en heeft een uitvoeringscommissie die LLO in de praktijk ondersteunt. Bij zijn werkbezoeken ziet Putters dat er al veel gebeurt rondom LLO, publiek en privaat. Maar tegelijkertijd constateert hij hoe versnipperd en tijdelijk het georganiseerd is. “Bij alle mooie initiatieven die ik zie, valt op hoe kwetsbaar de positie van LLO eigenlijk is. We missen beleidszekerheid en continuïteit.”
En daar wringt het. Want LLO achteraf inzetten, als reparatie wanneer mensen al vastlopen, is penny wise, pound foolish. Putters pleit voor preventie: investeren aan de voorkant, in duurzame inzetbaarheid en van-werk-naar-werktrajecten. Niet als luxe, maar als noodzaak. Want: “De baten van scholing reiken verder dan het individu of het individuele bedrijf. LLO doet ook iets voor collectieve waarden als productiviteit, werkplezier, gevoel van regie.”
Bij alle mooie initiatieven die ik zie, valt op hoe kwetsbaar de positie van LLO eigenlijk is. We missen beleidszekerheid en continuïteit.
Een publieke taak
Reden genoeg dus om LLO als publieke taak te beschouwen. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar? Putters neemt zijn toehoorders in sneltreinvaart mee langs een aantal bouwstenen. Zo vormen publieke onderwijsinstellingen wat hem betreft de basis, maar moet er ruimte zijn voor samenwerking met private opleiders en vraaggericht onderwijs. Daarbij is regie van de overheid nodig, die kan dit met regelgeving en bekostiging stimuleren.
Een belangrijk ander instrument zijn leerrechten, een concept dat ook terugkomt in het regeerakkoord. Die moeten zo worden ingericht dat juist mensen die nog niet maximaal van het initiële onderwijs hebben geprofiteerd, alsnog die kans krijgen. Daarnaast pleit Putters ervoor dat O&O-fondsen sectoroverstijgend gaan werken. Er wordt nu nog te sterk sectoraal geopereerd, terwijl de uitdagingen dwars door sectoren heen lopen. Het Aanvalsplan Techniek noemt hij als inspirerend voorbeeld: een werk- en ontwikkelgarantie voor tien jaar voor de sectoren Techniek, Bouw en Energie. “Dat is het langetermijnperspectief dat we nodig hebben. Langjarig samenwerken, niet steeds opnieuw beginnen.”
Putters pleit ook voor de skillsgerichte arbeidsmarkt, waarin het niet alleen draait om je diploma’s, maar om de vaardigheden die je hebt opgedaan. Dat vraagt om een cultuur van blijven ontwikkelen, en om flexibele vormen van erkenning, bijvoorbeeld met microcredentials, modulair onderwijs. “Dat vraagt van ons dat we ietsje vaker uit onze eigen bubbel komen en nadenken over hoe we dit beter kunnen organiseren.”
En dan is er nog iets dat hij de zaal op het hart drukt: neem praktijkleren serieus. Veel van wat mensen leren, leren ze op de werkvloer. “Als je LLO belangrijk vindt, dan moet je dat ook echt erkennen.”
Verbinding met de arbeidsmarkt
Als het aan Putters ligt wordt LLO ook nog nadrukkelijker gekoppeld aan van-werk-naar-werktrajecten en aan regionale werkcentra. Momenten van baanwisseling werden van oudsher vooral als risico gezien, vanuit de sociale zekerheid. Maar duurzame inzetbaarheid, digitalisering, AI en de klimaat- en energietransitie veranderen de aard van het werk fundamenteel. Een overstap naar een andere rol of een ander bedrijf zou dus geen bedreiging moeten zijn, vindt Putters, maar een beweging die we actief moeten organiseren en begeleiden. “We moeten mensen daar veel tijdiger in ondersteunen, niet pas als het te laat is.”
Putters sluit af met een dringende oproep aan de zaal en aan Den Haag. “Deze toekomstvisie vraagt om gedeelde urgentie. Ik zal de komende tijd een klemmend beroep doen op Den Haag om tot een echte visie en echte investeringen te komen. Een Leven Lang Ontwikkelen moet daar chefsache worden.” Aan de aanwezigen in de zaal is de boodschap: wacht daar vooral niet op. Probeer nu al en toe de grenzen van de systemen op te zoeken. “We mogen best een beetje burgerlijk ongehoorzaam zijn, een beetje buiten de lijnen kleuren om de nodige revolutie erdoorheen te duwen.”